Changes for page UNECE's Life Cycle Analysis of Nuclear Energy
Last modified by Gijs Zwartsenberg on 2024/05/03 17:59
Change comment:
Created by office importer.
Summary
-
Page properties (1 modified, 0 added, 0 removed)
Details
- Page properties
-
- Content
-
... ... @@ -1,0 +1,39 @@ 1 +UNECE: uitstekende duurzaamheidsscores voor kernenergie 2 + 3 +De **Europese economische commissie van de Verenigde Naties** (of afgekort tot //**UNECE**//, dat staat voor //United Nations Economic Commission for Europe//) is een regionale organisatie van de [[Verenigde Naties>>url:https://nl.wikipedia.org/wiki/Verenigde_Naties]], die tot doel heeft een duurzame economische groei te bevorderen in haar lidstaten. De UNECE werd in 1947 opgericht door de [[ECOSOC>>url:https://nl.wikipedia.org/wiki/ECOSOC]].[[^^[1]^^>>url:https://nl.wikipedia.org/wiki/Europese_economische_commissie_van_de_Verenigde_Naties#cite_note-1]] De zetel bevindt zich in het [[Palais des Nations>>url:https://nl.wikipedia.org/wiki/Palais_des_Nations]] in het Zwitserse Genève. 4 + 5 +Vanuit haar rol om duurzame ontwikkeling te bevorderen in groot aantal landen met een brede waaier aan belangen en politieke voorkeuren, is de UNECE van oudsher sterk gericht op het vinden van brede consensus op basis van grote aantallen bronnen. 6 + 7 +Het rapport dat de UNECE in 2021 publiceerde over de Life Cycle Analysis (LCA) een goed voorbeel van hoe deze organisatie het politieke veld van essentiële informatie wil voorzien. LCA-studies belangrijk maar notoir lastig uit te voeren. Ze zijn belangrijk omdat iedere technologie in elke fase van zijn levencyclus impact heeft, waarbij de impact in de gebruiksfase hemelsbreed kan verschillen van die van de fase waarin de materialen worden gewonnen en bewerkt. LCA-studies zijn lastig omdat die impact per regio sterk kan verschillen, ook als het gaat om dezelfde technologie. Ze zijn óók lastig omdat een vergelijking van impacts van verschillende technologieën per definitie moeilijk is, en nog moeilijk wordt als verschillende technologieën uiteenlopende supporters heeft in het politieke spectrum. 8 + 9 +Het belang van een eerlijk vergelijk valt dan ook moeilijk te overschatten. Lezen van het gehele rapport is aan te bevelen voor iedereen die zich een evenwichtig en zo objectief mogelijk beeld wil vormen van de impacts van verschillende vormen van energieopwekking. De managementsamenvatting hieronder is een Nederlandse vertaling van de Management summary die in het rapport staat. 10 + 11 +MANAGEMENTSAMENVATTING 12 + 13 +Goed geïnformeerd energiebeleidsontwerp is de sleutel tot het bereiken van decarbonisatiedoelstellingen en om de opwarming van de aarde onder de drempel van 2 °C te houden. Met name een koolstofarme elektriciteitsvoorziening voor iedereen is een essentieel kenmerk van een 2°C-compatibel energiesysteem, aangezien het IPCC aantoont dat de meest ambitieuze klimaatmitigatiescenario's de elektrificatie omvatten van het grootste deel van onze economie [1]. Inzicht in de volledige scope van potentiële effecten van huidige en toekomstige elektriciteitsopwekking is daarom een vereiste om ‘impactlekkage’ te voorkomen. Dat wil zeggen: terwijl de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd, moet tegelijk een toenemende niet-klimaatdruk op het milieu worden voorkomen. Levenscyclusanalyse (LCA) maakt de evaluatie van een product gedurende zijn hele levenscyclus mogelijk, en over een breed scala van milieu-indicatoren – deze methode is gekozen om te rapporteren over de milieuprofielen van verschillende technologieën. 14 + 15 +Kandidaat-technologieën die in het rapport worden beoordeeld, zijn onder meer kolen, aardgas, waterkracht, kernenergie, geconcentreerde zonne-energie (CSP), fotovoltaïsche energie en windenergie. Twaalf wereldwijde regio's zijn in de beoordeling zijn meegenomen, waardoor onder andere capaciteitsfactoren, methaanlekkages of het elektriciteitsverbruik van het achtergrondnet kunnen variëren. 16 + 17 +Resultaten voor de uitstoot van **broeikasgassen** (BKG, ofwel GHG voor greenhouse gases) zijn weergegeven in figuur 1. 18 + 19 +• **Kolenstroom** scoort het hoogst, met een minimum van 751 g CO2-eq./kWh (IGCC, VS) en een maximum van 1095 g CO2-eq./kWh (poederkool, China). Uitgerust met een voorziening voor CO2-afvang en -opslag (CCS) kan deze score dalen tot respectievelijk 147–469 g CO2-eq./kWh. 20 + 21 +• Een **aardgascentrale met een gecombineerde cyclus** kan 403–513 g CO2-eq./kWh uitstoten vanuit een levenscyclusperspectief, en tussen 92 en 220 g CO2-eq./kWh wanneer gebruik wordt gemaakt an CCS. Zowel kolen- als aardgasmodellen zijn inclusief methaanlekkage bij de winning en transport (voor gas) fasen; niettemin domineert directe verbranding de broeikasgasemissies (GHG) gedurende de hele levenscyclus. 22 + 23 +• **Kernenergie** vertoont minder variabiliteit vanwege de beperktere regionalisering van het model, met 5,1–6,4 g CO2-eq./kWh. De brandstofcyclus (‘front-end’) draagt het meest bij aan de totale uitstoot. 24 + 25 +• Aan de hernieuwbare kant vertoont **waterkracht** de meeste variabiliteit, aangezien de emissies zeer locatiespecifiek zijn, variërend van 6 tot 147 g CO2-eq./kWh. Aangezien biogene emissies van sedimenten die zich ophopen in reservoirs meestal worden uitgesloten, moet worden opgemerkt dat deze in tropische gebieden erg hoog kunnen zijn. 26 + 27 +• Zonnetechnologieën genereren GHG-emissies variërend van 27 tot 122 g CO2-eq./kWh voor **CSP**, en 8,0-83 g CO2-eq./kWh voor **fotovoltaïsche** energie, waarvan dunnefilmtechnologieën aanzienlijk koolstofarmer zijn dan op silicium gebaseerde PV. De hogere GHG-waarden voor CSP worden in werkelijkheid waarschijnlijk nooit bereikt, omdat voor CSP een hoge zonnestraling nodig is om economisch levensvatbaar te zijn (een voorwaarde waaraan bijvoorbeeld in Japan of Noord-Europa niet wordt voldaan). 28 + 29 +• GHG-emissies van **windenergie** variëren tussen 7,8 en 16 g CO2-eq./kWh voor onshore en 12 en 23 g CO2-eq./kWh voor offshore-turbines. 30 + 31 +De meeste broeikasgasemissies van **hernieuwbare** technologieën zijn **belichaamd in infrastructuur** (tot 99% voor fotovoltaïsche energie), wat suggereert dat er grote variaties zijn in de impact op de levenscyclus als gevolg van de oorsprong van de grondstoffen, de energiemix die wordt gebruikt voor de productie, de wijzen van transport in verschillende stadia van productie en installatie, enz. Omdat effecten worden uitgedrukt in kapitaal, zijn capaciteitsfactor en verwachte levensduur van de apparatuur natuurlijk zeer invloedrijke parameters op de uiteindelijke LCA-score. Deze kan aanzienlijk afnemen als de infrastructuur duurzamer is dan verwacht. 32 + 33 +Alle technologieën vertonen een zeer lage zoetwatereutrofiëring gedurende hun levenscyclus, met uitzondering van steenkool, waarvan de winning residuen genereert die fosfaat uitspoelen naar rivieren en grondwater. CCS heeft hier geen invloed op emissies zoals die zich voordoen in de mijnbouwfase. Gemiddelde P-emissies van steenkool variëren van 600 tot 800 g P-eq./MWh, die betekent dat een uitfasering van kolen de vermestende emissies vrijwel zou verminderen met een factor 10 (indien vervangen door PV) of 100 (indien vervangen door wind, waterkracht of nucleair). 34 + 35 +**Ioniserende straling** treedt voornamelijk op als gevolg van radioactieve emissies van radon 222, een radionuclide die aanwezig is in residuen van uraniumwinning en ertsbewerking voor de opwekking van kernenergie, en bij steenkoolwinning voor de opwekking van kolenstroom. Kolenstroom is een potentieel een significante bron van radioactiviteit, aangezien bij de verbranding van steenkool ook radionucliden zoals radon 222 of thorium 230 kunnen vrijkomen (zeer variabel tussen regio's). Er is groeiend bewijs dat ook andere energietechnologieën ioniserende straling uitzenden gedurende hun levenscyclus, maar voor deze technologieën zijn in dit onderzoek geen gegevens verzameld (zie kader 5 en [2]). 36 + 37 +[[image:20220227 UNECE's LCA-rapport _html_8e2553bb39dd8636.jpg||height="358" width="605"]] **Giftigheid voor de mens**, niet-kankerverwekkend, blijkt sterk te correleren met de uitstoot van arseen-ionen met het storten van mijnafval (van steenkool, koper), wat de hoge score van kolenstroom op deze indicator verklaart. 38 + 39 +