Goedkoop is duurkoop

In tegenstelling tot wat u doorgaans leest en hoort, levert een energiesysteem op basis van 90% kernenergie 2 tot 3 keer goedkopere elektriciteit dan een energiesysteem op basis van zonnepanelen en windturbines, ook al zijn die op het eerste gezicht goedkoper. Ook is kernenergie ongeveer 10x effectiever tegen klimaatopwarming. Dit is onder meer zo, omdat kernenergie per kilowattuur 10x minder materialen nodig heeft, 10x minder mijnbouw en is het ruimtebeslag 100-1.000x kleiner.
De bezwaren die tegenstanders aanvoeren (over afval, risico’s of kosten) komen voort uit misverstanden. Vele voormalige tegenstanders zijn voorstander geworden toen ze eenmaal de feiten begrepen. De feiten, die we elders uitgebreid toelichten, zijn als volgt:

Het best voor het klimaat 
Kernenergie is meer dan 10 keer zo effectief in het afremmen van klimaatopwarming. Dat komt omdat de Carbon Footprint per kW zonnepanelen of windturbines al hoger is dan die van kernenergie. Bovendien heeft kernenergie een 2-10x hogere capaciteitsfactor èn een 3-6 keer langere levensduur ten opzichte van zonnepanelen en windturbines. Nog los van alle extra kabels en trafo’s en batterijen en electrolysers die nodig zijn voor wind en zon.

Hoe komt de klimaatimpact van zon, wind en kern er uit te zien als al deze factoren zijn meegenomen, op basis van de best beschikbare cijfers en onderzoeken? Dat wordt maar zelden berekend, in deze rapporten is dit gedaan. (Bovenstaand is gebaseerd op het eerste rapport, voor correspondentie verwijzen we u naar het mailadres op de betreffende website.)

Twee tot drie keer lagere kosten dan zon en wind
Tegenstanders van kernenergie tonen vaak LCOE grafieken als argument dat kernenergie duurder is dan wind en zon. Deze LCOE berekeningen zijn vaak gebaseerd op onrealistische aannames, zeker voor Nederland, ook zijn de berekeningen vaak niet goed uitgevoerd.
Het belangrijkste probleem van LCOE is echter dat dit alleen gaat over de kosten van opwek onder ideale omstandigheden.

Voor een energiesysteem zijn de opwekkosten maar een deel het verhaal; juist wind en zon veroorzaken hoge systeemkosten: kosten voor extra kabels en trafo’s, kosten voor opslag, curtailmentkosten, balanceringskosten, flexibiliteitskosten en capaciteitskosten.

In de praktijk en uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat kernenergie leidt tot lagere elektriciteitskosten. Vanwege die lagere systeemkosten. In Nederland heeft een energiemix op basis van grotendeels kernenergie 2 tot 3 lagere kosten ten opzichte van een mix op basis van zon en wind. De onderbouwing voor deze bewering vindt u in het tweede en derde rapport op de al genoemde website.

Een diverse mix van schone bronnen maakt onze energievoorziening robuust

Uit het bovenstaande zou je kunnen afleiden dat stichting e-Lise pleit voor een toekomst op basis van 100% kernenergie. Dat is echter niet het geval. De belangrijkste reden daarvoor is dat in zijn algemeenheid een mix van diverse bronnen in alle scenario's de voorkeur zou moeten hebben. Die mix is nu nog (veel te) onevenwichtig: zon en wind waren tot voor kort de enige pijlers waarop ons toekomstplan rust. Want het is nu eenmaal zo dat bij het Energieakkoord (2015) en het Klimaatakkoord (2018) aan de Elektriciteitstafel volop is ingezet op de uitbouw van zon en wind. Met als resultaat dat hiervan nu een deel gerealiseerd is, en een ander deel onderweg is naar realisatie. En wij zijn dan weliswaar van mening dat deze mix te beperkt, en daarmee onnodig riskant is, maar het is zeker een goede zaak dat fossiele opwek nu deels wordt vervangen door schone opwek. Sinds enige jaren zit er dan toch nog een aandeeltje kernenergie in de mix, maar lang niet voldoende om de disbalans op te heffen. Daarvoor is volgens onze analyses minstens 16 tot 20 gigawatt aan stabiele opwek uit kerncentrales nodig.

Er schuilen meerdere risico's in de eenzijdigheid van de in 2015 ingeslagen weg. We zijn er de afgelopen jaren meermaals eraan herinnerd hoe de macht van de leveranciers van energie wordt ingezet om de EU politiek onder druk te zetten. Niet alleen Rusland zette zijn gasleveranties op het politiek schaakbord, de VS, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten deden hetzelfde. Het zijn echter niet alleen fossiele brandstoffen waarmee geopolitiek wordt geschaakt. China liet zien dat het spel met zeldzame aarden ook gespeeld kan worden. Voor een geslaagde energietransitie zijn we voor veel grondstoffen voor meer dan 90 procent afhankelijk van China. Voor nucleair geldt uiteraard ook dat de EU nu nog afhankelijk is van importen. Al zijn zon, wind en kernenergie veel minder gevoelig voor dwingelandij op de korte termijn: de zon en de wind blijven beschikbaar, in de gemiddelde kerncentrale heeft voldoende brandstof in voorraad om jaren te kunnen draaien zonder nieuwe leveranties. Niettemin staat de EU met al deze drie vormen van schone opwek voor enorme uitdagingen om zijn geopolitieke kwetsbaarheid terug te dringen. Voor alle drie zijn echter routes mogelijk om dit te realiseren. 

Maar te veel wind en zon in de mix is riskant. Overal ter wereld zien wij dat een beperkt aandeel zon en wind redelijk probleemloos in het elektriciteitssysteem kan worden opgenomen. Bij een aandeel van meer dan de helft nemen de complexiteit en de maatschappelijke kosten snel toe. Ook blijkt het resterende gasgebruik nog steeds aanzienlijk te zijn. De hoop is gevestigd op waterstof om deze problemen op te lossen, maar de praktijkervaringen hiermee geven vooralsnog weinig reden tot optimisme. Het is een enorme gok om aan te nemen dat waterstof in staat zal zijn het gat aan opwekcapaciteit kan dichten dat zit in ons Nationaal Plan Elektriceitsvoorziening (NPE).

 

Tags:
 

Child Pages

Page Tree